17/09/2026
De datum stond al een jaartje gepland, maar aflopen zondag was het dan zo ver: het WK 70.3 Ironman in Nice van Bart Veurink. Tussen de beste triatleten ter wereld verscheen hij aan de start van zijn eerste wedstrijd van dit jaar.
Met een aardige verzameling blessures op zak was het grootste doel vooraf eigenlijk heel simpel: vooral genieten. Geen gedoe met tijden of verwachtingen. Gewoon kijken hoever hij zou komen. Dat klinkt achteraf natuurlijk een stuk verstandiger dan het op zondagochtend voelde. Het genieten begon al op zaterdag. Zijn fiets mocht worden ingeleverd en dat mocht pas nadat de damesprofs hun wedstrijd hadden gedaan. Een mooie gelegenheid dus om eens rustig naar de dames en het parcours te kijken. En vooral om alvast te bedenken waar hij zichzelf de volgende dag vrijwillig aan zou gaan blootstellen.
Zondagochtend om 08:05 uur was het zover. Eerst 1,8 kilometer zwemmen in de Côte d’Azur. Dat ging eigenlijk bizar goed: 27:46, oftewel 1:28 per 100 meter. Goed voor de 17e zwemtijd binnen zijn leeftijdsgroep en de 157e tijd overall van zo’n 3500 mannen. Prima begin dus. En met een grote glimlach kwam hij het water uit. Vervolgens over de kiezelstenen richting fiets. Dat laatste zag er waarschijnlijk iets minder professioneel uit dan het zwemmen. Blote voeten, natte benen en kiezelstenen zijn blijkbaar geen ideale combinatie.
Dan de fiets. 90 kilometer met zo’n 1400 hoogtemeters. Ze noemen het één van de zwaarste fietsparcoursen binnen de Ironman. Dat hadden ze van tevoren best even wat duidelijker mogen communiceren. Het steilste stuk is ongeveer 14%. Gewoon, omdat 90 kilometer fietsen blijkbaar nog niet vermoeiend genoeg is. Door de blessures moest hij zichzelf vooral in het begin behoorlijk inhouden. Voluit omhoog fietsen was misschien leuk geweest, maar de kans dat hij daarna überhaupt nog zou kunnen lopen was wat minder aantrekkelijk. Naar beneden heeft hij dat probleem maar even losgelaten. Daar ging het gas er wel op en tikte de teller bijna 73 km/u aan. Blijkbaar verdwijnen blessures tijdelijk zodra het bergaf gaat. Na 2:44:13 kwam hij met bijna 34 km/u gemiddeld van de fiets. En toen moest het leukste onderdeel nog komen: de halve marathon.
Ik had persoonlijk liever tiramisu als toetje gehad, maar Bart stortte zich vol enthousiasme op de halve marathon. Schaduw was schaars en de mensen langs het parcours waren in de meerderheid ten opzichte van de bomen. Dus vooral goed naar de temperatuur geluisterd. Tempo omlaag, zoveel mogelijk water en ijs pakken en bij de verzorgingsposten af en toe maar even wandelen. Alles voor de wetenschap, zullen we maar zeggen. Na 8 kilometer begon de achillespees zich weer met de wedstrijd te bemoeien. Alsof er nog niet genoeg mensen aan de kant stonden, had ook die blijkbaar iets te zeggen.
Toch doorgegaan. Uiteindelijk met een gemiddelde van 4:51 per kilometer en een tijd van 1:41:59 over de finish.
Niet de snelste tijd. Niet de meest elegante wedstrijd. En zeker niet de meest blessurevrije voorbereiding. Maar wel gefinisht. En met een grotere glimlach dan ooit. Misschien was dat uiteindelijk ook gewoon het belangrijkste doel.
Missie geslaagd.
Tijd 5:01:46