14/09/2026
Het is de schuld van mijn broertje.
Als hij niet was geboren, hadden mijn ouders nooit ontdekt wat voor talent erin mij verscholen zat.
Mijn ouders maakten zich vroeger weleens zorgen over wie en vooral wat ik later zou worden.
Ik speelde namelijk niet met po**en.
Geen uren haren vlechten. Geen po**enkleertjes aantrekken. Geen keurig tafereeltje waarbij iedereen gezellig aan tafel zat.
Nee joh.
Ik was buiten. In de zandbak.
Rousen met de fiets. Van het kinderwagenonderstel maakten we gewoon onze eigen kar. Want waarom zou je speelgoed kopen als je het ook zelf in elkaar kunt timmeren?
In de bosjes speelde ik soldaatje met de buurjongens. Bomen klimmen. Klei uit de sloot halen om te pottenbakken. Slootje springen.
Zwemmen. Heel veel zwemmen. En korfbal.
Mijn allerleukste sport.
's Winters bouwden we muren van sneeuw, draaiden we sneeuwballen en voerden we complete oorlogen. Dan waren er de ondergebonden houtjes en gaan.
(Ons woord voor Friese doorlopers.)
Om vervolgens ergens halverwege te ontdekken dat bevroren water en ik misschien niet voor elkaar gemaakt waren.
Maar ondertussen riep ik altijd:
“Ik ga later met kinderen werken!”
Mijn ouders hadden daar zo hun twijfels over.
Een kantoorbaan? Ja, misschien.
Schrijven? Dichten? Zou zomaar kunnen.
Maar kinderen? Nee.
Dat zagen ze niet helemaal voor zich.
Tot ik bijna dertien was.
Toen kwam mijn jongste broertje. Ineens ging er voor mijn ouders een wereld open.
Voor mij voelde het vooral als thuiskomen.
Mijn moeder was aan het herstellen van de bevalling en alle bijbehorende naweeën.
En daar zat ik. Helemaal in mijn element.
Mijn broertje in mijn armen.
Helaas gaf mijn moeder borstvoeding, anders had ik waarschijnlijk iedere fles opgeëist.
Ik ontpopte me tot oppas, opsleeptouwnemer, speelkameraad en beschermengel in één.
Ik genoot van dat kleine mannetje.
De andere twee broers hadden ondertussen al lang bedacht dat ze zich vooral níét door hun zus lieten betuttelen. Die voetbalden liever.
Of schoten mij neer tijdens soldaatje spelen.
Ook liefde. Alleen in een iets andere verpakking.
Mijn jongste broertje liet mijn ouders met andere ogen naar mij kijken. Ze zagen ineens iets wat ik zelf allang wist. Dat zorgen voor kinderen niet iets was wat ik deed omdat het moest.
Mijn ouders deden vervolgens iets wat misschien wel het mooiste cadeau is dat je een kind kunt geven: Ze lieten mij kiezen. Ik mocht op ontdekking. Ik mocht zoeken en uitproberen.
Ik mocht vallen en weer opstaan.
Dat heb ik gedaan.
Ik maakte vele omzwervingen. Werkte met kinderen. Met jongeren. Met mensen.
Met mensen die keurig binnen de lijntjes kleurden. Eerlijk gezegd...
De mensen die mij het meest boeien zijn toch de mensen die wat extra bagage meeslepen.
De kinderen met die extra steen in hun rugzak.
Daar gebeurde iets omdat ik nieuwsgierig werd naar wat er onder dat gedrag zat. Wat heeft dit kind meegemaakt? Waar is het ooit misgegaan?
Wat probeert het mij eigenlijk te vertellen met gedrag waar iedereen ondertussen knettergek van wordt?
Daar begon mijn liefde voor het werken met wat je niet direct ziet. De systemische onderstroom, hechting en trauma. Dat wat een kind meeneemt zonder dat het erom gevraagd heeft.
Nooit gedacht dat ik mijn werk, gezinshuis, gewoon thuis kon doen. Maar dat werd precies dat: thuiskomen.
En toch...
Als je mij een beetje kent, weet je dat het daar natuurlijk niet ophoudt. Thuiskomen is tijd voor de volgende kriebel.
“Ja leuk... maar wat kan er nog meer?” Daar ben ik. Nog steeds. Dankbaar voor mijn man, die mij de ruimte geeft om te proberen. Om te vallen, soms even stevig vloeken voor ik opsta.
Al het gepruttel en gepruts heeft mij nog ergens thuisgebracht. Voor een groep mensen.
Als opleider. Als trainer. Bij LevensRegisseur.nu
Als degene die niet alleen vertelt wat je moet doen, maar vooral uitnodigt om te kijken naar wie jij bent terwijl je het doet.
En oooh... Wat kriebelt het.
Volgende week mag ik weer starten met de opleiding Signature Opsteller.
Daar komt alles samen.
Hoe jij met heel je zijn, je lijf, je ervaring en je kunde iets kunt betekenen voor een ander.
Niet door nog een trucje uit een map te trekken.
Daar heb ik eerlijk gezegd niet zoveel mee.
Maar door werkelijk te leren kijken naar wat je hebt geleerd om je staande te houden. Naar hechting. Naar trauma. Naar talenten en gaven. Naar het kind dat je ooit zelf was. En vooral:
wat er onder de oppervlakte gebeurt.
Als je werkt met kinderen, jongeren, gezinnen of mensen die vastlopen, dan heb je niets aan nóg een methode.
Dan moet je kunnen verdragen wat er gebeurt.
Niet meteen repareren. Niet erin verdrinken.
Kunnen begrenzen en uitreiken zonder jezelf onderweg kwijt te raken.
Dat is voor mij professioneel werken.
Niet alleen weten wat je moet doen.
Maar steeds beter leren voelen:
wat vraagt dit nu van mij?
Als klein meisje wist ik al: “Ik ga later met kinderen werken.” Mijn ouders geloofden het nog niet helemaal. Mijn jongste broertje zorgde ervoor dat ze het gingen zien.
Inmiddels weet ik: Hij maakte niet alleen ons gezin compleet. Hij maakte iets in míj wakker.
Iets wat er waarschijnlijk altijd al zat.
Dus ja. Het is de schuld van mijn broertje.
Daar ben ik hem verdomd dankbaar voor.
Want zonder hem had ik misschien nooit ontdekt dat mijn grootste talent niet zat in po**en aankleden. Maar in mensen helpen ontdekken wie ze werkelijk zijn.
En eerlijk?
Daar kan geen po**enjurkje tegenop.